Terug
Meten is weten… maar moet je altijd testen?
Als je al langere tijd met klachten rondloopt, is het verleidelijk om te denken: laat ik alles maar eens testen, dan weet ik tenminste wat er aan de hand is.
Bloedonderzoek, een microbioomtest, DNA-analyse… tegenwoordig kun je ontzettend veel meten.
En laat ik eerlijk zijn: ik hou van data en biochemie. Ik vind het ontzettend interessant om te kijken wat er onder de motorkap gebeurt. Maar toch laat ik niet iedere cliënt meteen allerlei onderzoeken doen.
Want meer meten betekent niet automatisch dat je ook meer weet.
Een onderzoek is voor mij vooral zinvol als we weten welke vraag we ermee willen beantwoorden én als de uitslag daadwerkelijk iets kan toevoegen aan de aanpak.
Vaak weten we al meer dan je denkt
Een goed onderzoek begint voor mij daarom niet in het laboratorium, maar met jouw verhaal.
Wanneer zijn je klachten begonnen? Wat ging eraan vooraf? Welke klachten komen tegelijkertijd voor? Hoe slaap je? Hoeveel stress ervaar je? Welke medicatie en supplementen gebruik je? En hoe ziet je voeding eruit?
Daarom start ik in mijn praktijk met een uitgebreide anamnese.
Daarnaast werk ik regelmatig met een voedings- en ontlastingsdagboek, dat we samen bekijken. Niet om te controleren of je wel ‘gezond genoeg’ eet, maar om beter zicht te krijgen op je voedingspatroon, je ontlasting en mogelijke verbanden met je klachten.
Door al deze informatie te combineren met je voorgeschiedenis worden soms patronen zichtbaar die je zelf niet zo snel opmerkt.
En soms geeft dat al voldoende aanknopingspunten om gericht aan de slag te gaan.
Zonder dat er direct aanvullend onderzoek nodig is.
Wanneer is testen dan wél zinvol?
Soms blijven er juist vragen over die we met alleen een gesprek en dagboek niet goed kunnen beantwoorden.
Dan kan meten heel waardevol zijn. Niet om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen, maar om informatie te krijgen waarmee we gerichter verder kunnen.
Welke vorm van onderzoek daarbij past, verschilt per persoon. In mijn praktijk werk ik onder andere met
- DNA-analyse,
- bloedonderzoek,
- microbioom-/ontlastingsonderzoek en
- vetzuuronderzoek.
DNA-analyse – informatie die niet verandert
DNA is een van de onderzoeken waar ik zelf het meest enthousiast over ben en een vakgebied waarin ik mij de afgelopen jaren verder heb gespecialiseerd.
Een DNA-analyse geeft inzicht in genetische variaties die kunnen helpen om persoonlijke verschillen beter te begrijpen. Bijvoorbeeld rondom de verwerking van bepaalde voedingsstoffen en verschillende biologische processen.
Maar daarbij is nuance belangrijk. Je DNA is geen glazen bol.
Een genetische aanleg betekent niet automatisch dat je een bepaalde klacht of aandoening krijgt. Voeding, leefstijl, omgeving en andere factoren spelen allemaal mee.
Daarom vind ik een los rapport met alleen rode en groene vakjes niet zo interessant. De waarde ontstaat juist wanneer we genetische informatie combineren met jouw klachten, voeding, leefstijl, voorgeschiedenis en doelen.
DNA heeft daarbij een interessant verschil met veel andere onderzoeken: je DNA verandert niet. Je hoeft de analyse in principe maar één keer te doen. De informatie kan ook later in je leven opnieuw relevant zijn, bijvoorbeeld wanneer je doelen of levensfase veranderen.
Wil je meer weten over wat ik met DNA onderzoek en hoe een analyse werkt?
→ Lees meer over mijn DNA-analyse
Bloedonderzoek – gericht kijken naar wat er nú speelt
Waar DNA informatie geeft over je genetische aanleg, kan bloedonderzoek informatie geven over je huidige situatie. Welke waarden interessant zijn, hangt af van je klachten en de vraag die we willen beantwoorden. Daarom geloof ik ook hier niet zo in zomaar ‘alles laten prikken’.
Ik kijk liever gericht:
Welke informatie missen we en welke bloedwaarden kunnen daar iets aan toevoegen?
Heb je recent al bloedonderzoek laten doen? Dan kijk ik daar graag eerst naar. Soms is er al waardevolle informatie beschikbaar en is opnieuw meten helemaal niet nodig.Als aanvullend bloedonderzoek wél zinvol lijkt, bespreken we gericht wat we willen onderzoeken en waarom.
Microbioom- en ontlastingsonderzoek – verder kijken naar de darm
Bij specifieke darmklachten kan ontlastingsonderzoek extra informatie geven over wat er in de darm speelt.
Afhankelijk van het type onderzoek kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de samenstelling van het microbioom en naar andere relevante markers in de ontlasting.
Interessant? Absoluut.
Maar een afwijkende waarde is niet automatisch dé verklaring voor je klachten. Een uitslag moet altijd worden bekeken in combinatie met je klachten, voeding, ontlasting, leefstijl en voorgeschiedenis.
Daarom krijgt niet iedereen met een opgeblazen buik van mij automatisch een uitgebreid darmonderzoek.
Soms hebben we die extra informatie nodig. Soms kunnen we zonder prima verder.
Omega-3/vetzuuronderzoek – meer dan alleen ‘eet wat vaker vis’
Omega 3 is een mooi voorbeeld van waarom meten soms interessanter kan zijn dan alleen kijken naar wat iemand eet. Je kunt regelmatig vette vis eten of een omega-3-supplement gebruiken, maar daarmee weet je nog niet automatisch hoe je vetzuurstatus eruitziet.
Met een vetzuuronderzoek kunnen we de vetzuursamenstelling bekijken. Daarbij is niet alleen omega 3 interessant, maar ook de verhouding tot andere vetzuren, waaronder omega 6.
Je totale voedingspatroon speelt daarin mee. Alleen zeggen ‘eet meer vette vis’ of ‘neem wat extra omega 3’ vind ik daarom soms te kort door de bocht.
Een meting kan inzicht geven in je daadwerkelijke vetzuurstatus en helpen bepalen of er überhaupt aanleiding is om iets aan te passen.
Wanneer test ik bewust níét?
Minstens zo belangrijk als weten welke onderzoeken beschikbaar zijn, is weten wanneer je ze beter niet kunt inzetten. Ik test niet alleen omdat een onderzoek interessant klinkt. Ook niet wanneer de anamnese en het voedings- en ontlastingsdagboek al voldoende aanknopingspunten geven om een logische eerste stap te zetten.
En als een uitslag waarschijnlijk niets gaat veranderen aan wat we vervolgens doen, vraag ik me serieus af wat de meerwaarde is.
Onderzoeken kosten tenslotte geld. Dan vind ik dat ze ook iets moeten opleveren.
Mijn uitgangspunt is daarom simpel:
Welke vraag willen we beantwoorden en wat gaan we met het antwoord doen?
Kunnen we daar geen goed antwoord op geven? Dan is testen waarschijnlijk niet de eerste stap.
Een testuitslag is nog geen oplossing
Een testuitslag blijft uiteindelijk informatie.
Het is geen compleet behandelplan en ook geen garantie dat we ineens één oorzaak vinden die al je klachten verklaart.
Juist het combineren van verschillende puzzelstukjes vind ik interessant: je klachten + voorgeschiedenis + voeding + leefstijl + eventueel meetgegevens.
Daarmee kunnen we bepalen wat relevant is, waar we het beste kunnen beginnen en vervolgens evalueren wat er verandert. Dat is voor mij wat meten is weten werkelijk betekent.
Niet zoveel mogelijk meten, maar gericht meten wanneer het iets toevoegt — en het ook durven laten wanneer dat niet zo is.
Heb je klachten, maar geen idee waar je moet beginnen?
Je hoeft voordat je bij mij komt niet te weten of je een bloedonderzoek, darmonderzoek of DNA-analyse nodig hebt. Dat hoef je helemaal niet zelf te bepalen.
We beginnen bij jouw verhaal en brengen je klachten, voeding, ontlasting, leefstijl en voorgeschiedenis in kaart. Soms vinden we daarin al voldoende aanknopingspunten. Blijven er vragen over waarbij aanvullend onderzoek waarde kan toevoegen? Dan bespreken we samen wat zinvol is.
Zo kijken we niet naar één losse uitslag of één losse klacht, maar naar wat jij nodig hebt om gericht verder te komen.