Als we het over darmgezondheid hebben, vliegen de termen je tegenwoordig om de oren: vezels, prebiotica, probiotica, microbioom…
Maar wat is nu eigenlijk het verschil? En belangrijker: wat betekent dat gewoon voor wat je iedere dag op je bord legt?
Want goed voor je darmen zorgen hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Een belangrijk deel begint gewoon bij voeding.
Eerst even naar je darmmicrobioom
En het mooie is: je vindt ze gewoon in normale voeding.
Vezels: verschillende soorten, verschillende functies
‘Vezels’ is eigenlijk een verzamelnaam. Er bestaan verschillende soorten voedingsvezels en ze gedragen zich niet allemaal hetzelfde in je spijsvertering.
Sommige worden door darmbacteriën gefermenteerd. Andere dragen bijvoorbeeld meer bij aan het volume van de ontlasting of houden water vast.
Juist daarom is variatie zo belangrijk.
Vezels vind je volop in:
- groenten
- fruit
- peulvruchten
- volkoren granen
- noten
- zaden.
En iedere groep en zelfs iedere groente of fruitsoort heeft weer zijn eigen samenstelling van vezels, micronutriënten en plantaardige stoffen.
Daarom ben ik geen voorstander van steeds maar méér eten van dat ene voedingsmiddel dat toevallig als ‘supergezond’ bekendstaat.
Varieer.
Broccoli is gezond. Maar broccoli, wortel, prei, rode kool, pompoen, peulvruchten, bessen, kiwi, noten en zaden geven samen een veel breder palet aan voedingsstoffen.
Je hoeft dus niet op zoek naar één wondermiddel voor je darmen. Kijk liever naar wat je gedurende een hele week op je bord legt.
Wat zijn prebiotica?
Prebiotica en vezels worden vaak in één adem genoemd, maar ze zijn niet precies hetzelfde. Niet iedere vezel is automatisch een prebioticum.
Prebiotica zijn stoffen die selectief door bepaalde micro-organismen worden benut en daarmee een gezondheidsvoordeel kunnen geven.
Bekende voorbeelden zijn bepaalde fructanen, waaronder inuline, en galacto-oligosachariden. Gelukkig hoef je daarvoor geen ingewikkelde ingrediënten te kopen. Je vindt prebiotische stoffen gewoon in alledaagse voeding.
Denk bijvoorbeeld aan:
- ui
- knoflook
- prei
- asperges
- artisjok
- peulvruchten
- haver en gerst
- bepaalde minder rijpe bananen.
Ook resistent zetmeel is interessant voor je darmbacteriën. Dit vind je onder andere in peulvruchten en minder rijpe banaan en kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer gekookte aardappelen of rijst afkoelen.
Je hoeft echt niet iedere dag al deze producten te eten. Ook hier is mijn boodschap vooral:
wissel af en geef je darmbacteriën verschillende dingen te eten.
Probiotische en gefermenteerde voeding
- yoghurt met levende culturen, zoals sommige soorten (Griekse) yoghurt
- water/melkkefir
- verse, ongepasteuriseerde zuurkool
- kimchi
- kombucha
- andere gefermenteerde groenten
Meer variatie op tafel
Goed voor je darmen zorgen hoeft niet te betekenen dat je ingewikkeld moet koken. Juist met gewone ingrediënten kun je ontzettend veel variëren.
Dat is ook het uitgangspunt van mijn hardcover kookboek. Groenten spelen een grote rol, aangevuld met onder andere peulvruchten, granen, noten en zaden. De recepten zijn gemaakt met aandacht voor meer vezels, meer variatie en een voedingspatroon dat je darmgezondheid ondersteunt.
Maar het blijft een kookboek. Dus het moet vooral lekker zijn. 😉
Mijn doel is simpel: verschillende voedingsmiddelen op tafel, volop smaak en recepten die je ook op een gewone dinsdagavond wilt maken.