Vitamine D.
We kennen het vooral van de zon, sterke botten en het bekende potje dat ergens achter in de keukenkast staat.
En zodra het najaar begint, komt het ineens weer ter sprake.
Maar vitamine D is biochemisch een stuk interessanter dan dat.
Het is een prohormoon en moet in het lichaam verschillende stappen doorlopen voordat het zijn actieve werking kan uitoefenen. Daarbij spelen onder andere zonblootstelling, voeding, leeftijd, huidskleur, gezondheid én genetische aanleg een rol.
En dan komt in mijn praktijk regelmatig deze vraag voorbij:
“Mijn huisarts zegt dat mijn vitamine D goed is. Waarom kijk jij daar dan anders naar?”
Goede vraag.
En het leuke is: je huisarts en ik kunnen allebei gelijk hebben. Kom ik zo op terug 😉
Je vitamine-D-voorraad voor de winter bouw je in de zomer
Onze huid kan onder invloed van UVB-straling zelf vitamine D3 produceren.
De lente en zomer zijn daarom belangrijke maanden om je vitamine-D-status op te bouwen voordat we weer richting de donkere maanden gaan.
Alleen moet je huid daarvoor natuurlijk wel voldoende UVB-straling krijgen.
En daar zit met onze huidige leefstijl al een uitdaging: we werken veel binnen, zitten in de auto, achter glas en hebben een groot deel van onze huid bedekt.
En zonnebrandcrème? Die is juist ontwikkeld om UV-straling tegen te houden en vermindert daarmee ook de UVB die de huid bereikt.
Dit is overigens niet de discussie of je wel of niet moet smeren. 😉
Die bewaren we wel voor een andere keer.
Het punt hier is simpel: minder UVB op je huid betekent minder mogelijkheid om vitamine D3 via de huid aan te maken.
En eenmaal in de Nederlandse winter kunnen we op die eigen productie steeds minder vertrouwen.
Kunnen we vitamine D dan niet gewoon uit voeding halen?
Voor een deel.
De interessantste natuurlijke bronnen zijn vooral vette vis, zoals haring, sardines, makreel en zalm. Ook eieren en bijvoorbeeld lever bevatten vitamine D, maar in kleinere hoeveelheden.
Aan sommige fabrieksmatig geproduceerde voedingsmiddelen wordt vitamine D toegevoegd.
Maar als je mij een beetje kent, weet je waarschijnlijk al dat ultrabewerkte voeding eten om aan je vitamine D te komen niet bovenaan mijn lijstje staat. 😉
Voeding helpt dus absoluut mee.
Maar in de Nederlandse winter ga je voor veel mensen met voeding alleen niet volledig rechtzetten wat je huid niet meer kan produceren.
Dan wordt suppleren ineens een behoorlijk praktische oplossing.
En waarschijnlijk ook nog goedkoper dan een winterretourtje Curaçao.
Helaas. 😉
Wat doet vitamine D eigenlijk in je lichaam?
Vitamine D is eigenlijk geen klassieke vitamine, maar een prohormoon.
Vitamine D3 wordt in de lever omgezet naar 25-hydroxyvitamine D [25(OH)D, calcidiol].
Dit is de vorm die we meestal in het bloed meten wanneer we willen weten hoe het met je vitamine-D-status staat.
Vervolgens kan 25(OH)D onder andere in de nieren verder worden omgezet naar de biologisch actieve vorm:
1,25-dihydroxyvitamine D3 (calcitriol).
Die actieve vorm kan via de vitamine-D-receptor invloed uitoefenen op verschillende processen in het lichaam.
Vitamine D is onder andere betrokken bij calcium- en fosfaathuishouding, botten, spierfunctie, het immuunsysteem en celdeling.
En precies die hele route — aanmaak → transport → omzetting → receptorwerking — maakt het voor mij interessant.
Want die verloopt niet bij iedereen exact hetzelfde.
En daar komt je DNA om de hoek kijken
Je genetische aanleg speelt een rol binnen de vitamine-D-huishouding.
We kennen genetische variaties in genen die betrokken zijn bij onder andere het transport, de omzetting en de receptorwerking van vitamine D.
Dat betekent niet dat ik uit je DNA kan aflezen:
“Jij moet precies zoveel druppels vitamine D nemen.”
Maar het kan wél informatie geven over hoe jouw biologische systeem is aangelegd. Waar jouw mogelijke zwaktes zitten, of waarom je ondanks suppleren toch een lage waarde houdt.
Daarom combineer ik die informatie graag:
Bloed vertelt me waar je nu staat. DNA vertelt me iets over je aanleg. Voeding en leefstijl vertellen me in welke omgeving dat systeem iedere dag zijn werk moet doen.
En dan wordt één vitamine-D-getal ineens een stuk interessanter.
“Maar mijn huisarts zegt dat mijn vitamine D goed is…”
En dat kan dus gewoon kloppen.
Alleen stellen we mogelijk een andere vraag.
Binnen de reguliere geneeskunde wordt een vitamine-D-waarde beoordeeld vanuit medische richtlijnen en klinische uitkomsten. Is er sprake van een tekort? Is behandeling nodig? Is er risico op bijvoorbeeld rachitis, osteomalacie of andere botproblematiek?
Maar tussen een duidelijk tekort en optimaal functioneren zit natuurlijk nog een heel gebied.
Mijn orthomoleculaire vraag is daarnaast:
Is deze waarde voor déze persoon, met deze klachten, leefstijl, voeding en eventueel genetische aanleg een waarde waar ik tevreden mee ben?
Hoe is je energie? Hoe is je stemming? Hoe functioneert je immuunsysteem? Zijn er spierklachten? En past de gemeten waarde bij de rest van het plaatje?
Dat zijn vragen die ik óók meeneem. Niet omdat vitamine D automatisch de oorzaak van deze klachten is, maar omdat ik wil begrijpen of het een onderdeel van de puzzel kan zijn.
En daar ontstaat een grijs gebied.
In Nederland worden relatief lage waarden al als voldoende beschouwd. Internationaal en binnen de functionele/orthomoleculaire wereld worden ook hogere streefwaarden gehanteerd.
Een hogere waarde is niet automatisch beter. Net zoals een te lage waarde niet wenselijk is, bestaat er ook een bovengrens waarbij te veel vitamine D juist nadelige effecten kan hebben. De balans is dus belangrijk.
Daarom adviseer ik ook niet om zonder controle steeds hoger te doseren. Zeker wanneer je langere tijd een hogere dosering gebruikt, is het verstandig om je vitamine-D-waarde in het bloed te laten controleren.
Mijn doel is niet om iedereen zo hoog mogelijk te krijgen, maar om te kijken welke waarde past bij jou, je klachten, je leefstijl en je gezondheid.
Onderhouden of meten?
Niet iedereen hoeft iedere winter naar het lab.
Voel je je goed en wil je vooral voorkomen dat je vitamine-D-status gedurende de donkere maanden wegzakt? Dan kan een passende onderhoudsdosering een praktische keuze zijn.
Zelf werk ik hiervoor met DK-Mulsion van Biotics. Eén druppel levert 25 microgram (1.000 IE) vitamine D3, gecombineerd met vitamine K, waardoor je met één druppel heel praktisch kunt suppleren.
→ Bekijk hier de DK-Mulsion die ik gebruik
Waarom daar ook vitamine K bij zit, kom ik zo op terug.
Heb je daarentegen langdurige vermoeidheid, spierzwakte of spierklachten, voel je je in de winter opvallend minder fit, kom je weinig buiten, weet je dat je eerder een lage vitamine-D-waarde had of zijn er andere redenen om een tekort te vermoeden?
Dan vind ik meten interessanter dan zomaar suppleren.
Niet omdat deze klachten bewijzen dat vitamine D het probleem is.
Maar als vitamine D onderdeel van de puzzel zou kunnen zijn, wil ik weten waar we beginnen.
Dan kunnen we veel gerichter kijken naar dosering, duur en eventueel opnieuw meten.
Onderhoud mag praktisch zijn. Bij klachten wil ik liever weten waar we het over hebben.
Waarom D3 samen met K2?
Hier wordt het biochemisch weer interessant.
Vitamine D zorgt er onder andere voor dat calcium beter uit de darm kan worden opgenomen.
Maar daarmee zijn we er niet.
Calcium moet vervolgens ook op de juiste plekken worden ingezet. Vitamine K is nodig voor de activering van verschillende vitamine-K-afhankelijke eiwitten die betrokken zijn bij onder andere de botstofwisseling.
Daarom vind je vitamine D3 en K2 regelmatig samen in één supplement.
Wanneer moet je met K2 opletten?
Gebruik je vitamine-K-antagonisten, zoals acenocoumarol of fenprocoumon?
Neem dan niet op eigen initiatief extra vitamine K.
Deze medicijnen grijpen juist aan op de vitamine-K-cyclus en extra vitamine K kan invloed hebben op de instelling van de antistollingsbehandeling.
Overleg dan altijd met je arts of trombosedienst.
En precies daarom blijf ik terugkomen op hetzelfde punt:
Een supplement moet bij jou passen. Niet alleen bij de trend van dat moment.
→ Liever D3 zonder K2? Bekijk hier D-Mulsion Forte.
Dus: wat doe je deze herfst?
Eigenlijk hoeft het helemaal niet zo ingewikkeld te zijn.
Heb je in de zomer voldoende buiten geleefd en zonlicht gehad, eet je gevarieerd en voel je je goed? Dan kun je in de donkere maanden kijken naar een passende onderhoudssuppletie.
→ Bekijk mijn D3 + K-product voor onderhoud
Herken je klachten, heb je eerder een lage waarde gehad of twijfel je of een standaard onderhoudsdosering voor jou voldoende is?
Dan vind ik meten logischer.
→ Ik wil mijn vitamine-D-status laten beoordelen
En wil je nog verder kijken dan alleen je huidige bloedwaarde — bijvoorbeeld naar genetische verschillen binnen jouw vitamine-D-huishouding?
Dan kan DNA een extra laag informatie geven.
→ Lees meer over mijn DNA-analyse
Dat is uiteindelijk hoe ik graag werk:
gericht ondersteunen waar dat zinvol is, meten wanneer daar aanleiding voor is en het vooral praktisch houden.
Soms hoeft dat niet ingewikkelder te zijn dan één druppel per dag. 😉
En lukt het allemaal niet?
Dan blijft Curaçao natuurlijk plan B.